Geen categorie

Heerlijk, samen een weekje weg. Samen naar Noord-Spanje. Bijkomen, wandelen, lezen. Rust. We zitten in Rustic Vilella en dat doet z’n naam eer aan. Het huis heeft een prachtig uitzicht op de bergen. Andere woningen zijn er nauwelijks. Je hoort er alleen maar geluiden van de bomen, de dieren en het weer. Het meest aanwezig is nog wel Lua, de hond van het huis, als ze ons laat weten dat het tijd is om met haar te spelen.

De eerste dag verkennen we de omgeving met de auto, maar de dagen daarna laten we de auto staan en gaan we er alleen te voet op uit. Helaas wordt Erik, op maandagavond ziek. Dinsdag blijft hij in bed. Ik besluit alleen een wandeling te gaan maken. Ik wil naar het dorp Bagá, aan de andere kant van de berg, om vitamine C en een hoestdrank te halen. Ik overleg met onze jonge gastheer Oriol over de route en krijg een kaart mee. Ik loop eerst over een soort zandpad, maar dat gaat vervelen. Op de kaart staan een paar shortcuts, maar de meeste blijken onvindbaar of onbegaanbaar. Toch vind ik uiteindelijk een mooi rotsachtig pad binnendoor naar Bagá.

Het zandpad..Spanje zandpad   Selfie met Bagá op de achtergrond…  Spanje Baga

Op de terugweg wil ik nog het saaie zandpad nog minder volgen. Ik bestudeer de kaart en bepaal een alternatieve route. Ik negeer een stroomdraad en vind het pad. Het pad is niet gemarkeerd, maar even lijkt alles goed te gaan. Totdat het pad plotseling ophoudt. Wat nu? Op safe spelen en dus teruggaan? No way, ik pak vast het spoor weer op. Ik loop door. Vind af en toe iets van wat vast ooit een pad was, maar dan houdt het toch echt op. Ik pak de kaart erbij en overleg met mezelf: “Als ik hier verder naar beneden ga en dan weer ga klimmen, dan moet ik bij dat kleine rode paadje op de kaart kunnen komen, of uiteindelijk weer bij het zandpad.” Maar door de hoogteverschillen zijn de afstanden moeilijk in te schatten. Ik klim en klauter, maar vind geen pad. Teruggaan heeft geen zin meer, ik zou niet meer weten hoe. Door dus. Een flinke klim, over rotsen, door struikgewas. Ik houd goed in de gaten waar de zon is en waar andere herkenningspunten zijn.

Dan komt er een moment dat ik het echt niet meer weet. M’n benen zijn moe, ik zit onder de schaafplekken, de zon verdwijnt achter de wolken, het einde van de middag nadert… Ik kijk steeds weer op de kaart en probeer me te oriënteren. Ik had nu toch wel iets van een pad moeten kruisen? Het is een situatie om langzaam van in paniek te raken, maar ik bedenk dat ik daar weinig aan heb. Ik neem even rust en vraag me af wat ik nu het liefste zou willen. Afgezien van het pad vinden. Dat is toch wel: even met iemand overleggen. Het bereik is beroerd, maar het lukt me na heel veel pogingen om het nummer van Erik te bellen. Helaas is die z’n bed in gedoken en heeft hij z’n telefoon op stil gezet. Verdorie.

Daar zat ik dan… Spanje verdwaald   Dit uitzicht is al beter…   Spanje op de berg

Ik klim verder, zorg dat ik meer overzicht heb. Waar is toch dat pad? Zo ver kan het toch niet zijn? De dataroaming van mijn mobiele telefoon heb ik in het buitenland standaard uitstaan, maar dit is een noodgeval. Ik zet ’t aan. Het signaal houdt niet over, maar hij doet het! Helaas: Google maps helpt me niet verder: onbekende locatie. Ja, vertel mij wat. Dan zoek ik het telefoonnummer van ons vakantieverblijf. De uitsluitend Spaans sprekende gastvrouw geeft direct zoonlief, Oriol. Pff, blij dat hij er is! Ik vertel hem dat ik verdwaald ben en dat ik Erik niet te pakken krijg. We overleggen. Ik leg hem uit wat ik gedaan heb en wat ik kan zien. Hij stapt in z’n 4×4 en rijdt mijn kant uit over het zandpad. Ik klauter ondertussen verder. Dan belt hij. Hij staat op het zandpad. Toeter eens, vraag ik hem. Het duurt even, ik denk: “Ik hoor niets, is hij zover weg?”. Maar dan hoor ik zijn toeter, luid en duidelijk. Ik klim in de richting van het geluid en opeens zie ik hem rijden, niet ver boven me! Opluchting. Ik weet niet hoe snel ik het laatste stuk omhoog moet klauteren. Dan sta ik op het zandpad. In no time zijn we ‘thuis’. Eind goed, al goed. Met dank aan Oriol, onze vriendelijke gastheer, en vandaag vooral ook mijn reddende engel.

De moraal van  dit verhaal?

Niet meer van de gebaande paden afwijken? Ben je gek. Saai.
Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald? Ach, uiteindelijk kwam ik er toch?
Zorgen voor goed materiaal? Daar zit wat in. De kaart, m’n telefoon en internet, allemaal hielpen ze me een beetje verder. Maar er was iets anders dat echt verschil maakte.
Rustig blijven? Zeker. Gelukkig bleef ik rustig, nam ik even een time out en kon ik vervolgens in actie komen om hulp te organiseren. Met in gedachten wat de vader van Erik altijd zei: “je komt altijd ergens uit”. En zo is het.
Op tijd hulp vragen? Daar kan ik me helemaal in vinden. Ik was er bijna, en had het dus uiteindelijk ook zelf gered. Maar het idee dat er iemand was die meedacht en actie ondernam, maakte een groot verschil. Dat was eigenlijk de beste les voor mij. Ben ik nooit zo goed in, tijdig hulp vragen. De volgende keer, als ik ‘het gevoel van de berg’ weer heb, al is de situatie heel anders, zal ik vast niet schromen en eerder hulp vragen. Juist ook als ik weet dat ik het met een beetje doorbijten zelf ook kan. Ik hoef niet altijd zo streng te zijn voor mezelf.